Protestantse gemeente


te Mijnsheerenland

Lied van de maand april 2015: NLB 652 “Zingt Jubilate”

Tekst

De vierde zondag in de paastijd draagt vanouds de naam ‘Jubilate’, genoemd naar de eerste woorden van de introïtusantifoon: ‘Jubilate Deo omnis terra’. Dat is het begin van Psalm 66: ‘Jubel voor God, heel de aarde’ (verg. ook LB 640c).
Willem Barnard schreef in de tweede helft van de jaren ‘50 veel nieuwe liederen, gebaseerd op het klassieke liturgische jaar. Voor de paastijd dichtte hij een aantal zondagsliederen met steeds de antifoontekst als uitgangspunt. Deze liederen zijn dan ook zeer geschikt om als openingslied op de betreffende zondag te zingen. In het Liedboek voor de kerken stonden er enkele (nu NLB 650, 655 en 659), maar ‘Zing jubilate voor de Heer’ werd niet opgenomen.
In Vlaanderen wist men er wel raad mee: het liedboek voor de rooms-katholieke kerkprovincie daar, dat in 1977 verscheen, droeg als titel: “Zingt

Jubilate”. Ook de nieuwe editie uit 2006 behield die titel.

Het lied kan beschouwd worden als een trinitarische doxologie: een lofprijzing op de Drie-ene God. In de strofen 1 en 2 is de openingszin van Psalm 66 tot een lofzang uitgebreid waarin de gehele kosmos wordt betrokken. Strofe 3 bezingt de Zoon, strofe 4 de Geest die de adem schenkt. Vanwege het trinitarische karakter kan dit lied ook goed functioneren als Gloria. 



Melodie

De melodie is gemaakt door Frits Mehrtens (ook bekend van liederen als “Alles wat over ons geschreven is” en “Jezus die langs het water liep”) en is even stralend als de tekst.
Elk couplet begint met ‘Zing jubilate’ en eindigt met ‘jubilate!’, daarom klinkt bij ieder ‘Jubilate’ de hoogste melodienoot.
Een aandachtspunt voor het zingen van de melodie: aan het einde van de tweede regel staat geen rust, u moet dus direct doorzingen! Verder is het goed om extra te letten op de derde regel; deze vraagt de meeste aandacht en oefening.

Zingt Jubilate voor de Heer, hemel en aarde, looft uw Vader.

Heiligen, engelen, mens en dier, sterren en stenen, Jubilate!


Zingt Jubilate voor de Zoon, dat Hij de hemel heeft verlaten.

Dat Hij de zonden heeft verzoend, Jezus Messias, Jubilate!


Zingt Jubilate voor de Geest, offert de vogel Geest uw adem.

Dat Hij uw hart met vuur geneest, wees God indachtig, Jubilate!

Lied van de maand mei 2015:  lied 673 Heil'ge liefdeskracht

De komende weken willen wij weer een nieuw lied zingen. Deze maand zingen we rond Pinksteren het lied 673 Heil'ge liefdeskracht. Dit lied is een vertaling van Come down, o Love divine.

Een lied dat op zijn beurt weer een 19e eeuwse, Engelse bewerking is van een middeleeuws Italiaans gedicht van Bianco da Siena.


De tekst

De tekst kenmerkt zich door een mystiek verlangen naar de Geest.

Het is de Geest die ons “als vuur doet ontbranden”, “als licht ons voorgaat” en ons “bekleed in liefde”. Het lied zingt in verlangen; verlangen naar de Geest die doet leven.

Het mooie aan dit lied is dat de kracht, het vuur van de Geest en de tederheid van de liefde samen komen.

Misschien is het even wennen voor u, als u zingt van de Geest als een “hartsvriendin”. Vanouds wordt Heilige Geest, net als de wijsheid (spreuken 8) als vrouwelijk gezien en aangesproken.


De melodie

De melodie is net als de tekst van Engelse oorsprong. Ralph Vaughan Williams, een van de belangrijkste componisten van de  vroege 20e eeuw, componeerde deze melodie. Wij kennen hem vooral als de componist van die geweldige melodie bij het lied: “Voor alle heiligen, in de heerlijkheid” (lied 727).

De melodie bij NBL 673 is misschien iets minder bekend, maar in Engeland en daarbuiten zeer geliefd. Het zou dus zomaar kunnen dat u de melodie al eens hebt gehoord. Net als veel andere Engelse liederen, is ook dit lied eenvoudig mee te zingen.


Een aandachtspunt bij het zingen: De regels 2 en 3 moeten doorgezongen worden; er staat geen rust aan het einde van de tweede regel. Datzelfde geldt voor de overgang tussen regel 5 en 6.


Tot slot een tip: als u gelegenheid hebt, luister dan eens naar een opname van dit lied op You Tube gezongen door een Engels jongenskoor.  


1 Heilige liefdeskracht,

bezoek mijn ziel die smacht,

daal neer, daal in, uw vonk doet mij ontbranden.

Kom Trooster, hartsvriendin,

stil mijn verlangen.


2 Oplaaiend vuur, verteer

wat krom is of verkeerd,

de lage driften, hoge dunk, ze branden.

Ga met uw licht ons voor,

U trekt een lichtend spoor,

omgeef ons met uw gloed, wees onze mantel.


3 Liefde voor al wat leeft

wordt ons een kostbaar kleed

Waarmee wij ons armoedig pogen sieren.

Verdwenen is de trots,

Wij kennen ons tekort.

Kom ons te hulp, laat mildheid zegevieren


4 Dood ben ik zonder U,

Mijn ziel verlangt naar U,

Een hartstocht die geen mens ooit kan verklaren.

Met liefde vormt U mij

Tot teken van uw heil.

Bewoon ons, Geest van God, geef ons uw adem.



Lied van de maand juni 2015:   Lied 342 In God de Vader op zijn troon

Na het wat lastige lied 673 over de Heilige Geest willen we komende periode iets minder moeilijks ter hand nemen. Vanaf zondag 28 juni zullen we geregeld het lied “In God de Vader op zijn troon,..” zingen. Lied 342 uit het nieuwe liedboek is een lied van Rudolf Alexander Schröder en vertaald uit het Duits door ds. André Troost.

In dit lied hebben we te maken met een geloofsbelijdenis, je kunt het dan ook vinden in de rubriek Credo.


Het rijmschema uit het Duits is aangehouden A_A - B_B.

Twee keer komt de hele triniteit langs, eerst in de eerste twee verzen waarna in vers 3 tot 5 het werk van Vader, Zoon en Geest uiteengelegd wordt. De tekst volgt de geloofsbelijdenis van Nicea, waarin eerst gewezen wordt op God de Vader die de Almachtige is, hier vertaalt als gezeten op de hoogste troon, pas dan volgt in de derde strofe de belijdenis dat God de Schepper is. Voor de Zoon Christus geldt eigenlijk hetzelfde: eerst alle aandacht voor zijn oorsprong (God uit God, licht uit licht) en dan in de derde en vierde strofe voor zijn werk. Voor de Geest is vooral aandacht in de tweede en vijfde strofe. De eerste gebruikt de taal van het Johannes evangelie en betreft zijn wezen. In het slotvers van het lied is aandacht voor de kerk, de bevrijding van het kwaad en het eeuwig leven.

1.In God de Vader op zijn troon

geloven wij, en in de Zoon,

uit God geboren voor de tijd –

Hem zij de macht, de majesteit!


2.En in de Geest, die ons geleidt,

geloven wij: dat er altijd

een Trooster is, zacht als de wind,

een sterke moeder bij haar kind.


3.Lof zij de Vader, die ons schiep

en licht uit nacht tevoorschijn riep.

Lof zij de Zoon, die onze nood,

ons kruis verdroeg en onze dood.


4.Die onderging en overwon

en als de zon ten hemel klom,

die aan de dag treedt op zijn tijd

en eenmaal recht van onrecht scheidt.


5.Lof zij de Geest die wereldwijd

ons kerk maakt: Christus toegewijd

tot wij, van alle kwaad bevrijd,

God zien in alle eeuwigheid. Amen




Helaas nog geen muziek beschikbaar.

Lied van de maand september 2015: Wij zoeken in uw huis uw aangezicht o Here  Lied 272

Lied 272 is de komende periode het lied van de maand. We zullen het een aantal keer zingen. Wanneer u goed opgelet heeft in het verleden dan kent u het lied vast al. In de bundel uit 1973 staat het namelijk ook opgenomen. Ik weet alleen niet of het vaak gezongen is. Nu krijgen we echter opnieuw de kans ons dit lied eigen te maken.

Het lied komt oorspronkelijk uit het Frans Nous andorons, Seigneur, prosternes dans ton temple . Het is geschreven door een Franse protestant Wilfred Monod, die leefde aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Het lied heeft twee hoofdmotieven, Het eerste motief is de persoonlijke vroomheid, het moment van stille tijd zouden we vandaag misschien zeggen. Naast de persoonlijke vroomheid richt het lied de blik naar buiten. De vroomheid mag niet alleen voor jezelf zijn, het is de bedoeling dat die het geloof versterkt, moed geeft en de ogen richt op de ander en de wereld. Zoals Jezus de berg op ging om alleen met God te zijn met het oog op de schapen van Israël zonder Herder, zo zijn wij alleen met God om oren te krijgen voor het leed dat van de aarde schreit.

De melodie van het lied is gemaakt door Emmanuel Haein, een Frans predikant die veel onderzoek deed naar de Geneefse Psalmmelodieën. Aan het begin van de 20e eeuw ontkrachtte hij bijvoorbeeld de mythe, dat de

psalmmelodieën wereldlijke (straat)liedjes geweest zouden zijn.
De “stille innigheid” (1e couplet),  waar in de tekst sprake van is, komt ook in de melodie mooi tot uitdrukking. Het is een zeer verstilde melodie, die zich kenmerkt door zeer lange regels (goed ademhalen dus). Het hoogtepunt van de melodie ligt in de derde regel (toevalligerwijs gaat het dan over de “berg”….)
De melodie is niet moeilijk te zingen; misschien vraagt de derde regel nog de meeste aandacht.


1. Wij zoeken in uw huis uw aangezicht, o Here.

Naar vrede smachten wij, naar stille innigheid.

Laat ons van Jezus zelf, die op een berg klom, leren

alleen te zijn met U die geest en waarheid zijt.


2. Maar Jezus weend´ en bad, alleen, omdat de mensen

als schapen dwalen waar geen herder ’t oog op richt.

Verlos ons in zijn naam van onze ijd´le wensen.

Voor een gesloten hart blijft ook de hemel dicht.


3. Heer, wij gedenken U; laat ons dan nooit vergeten

de mensheid zonder God, de mensheid zonder brood.

Het bloed van Abel roept nog steeds tot ons geweten.

Wie ’t zingend overstemt is Kaïns deelgenoot.


4. De Heiland op de berg, alleen met God zijn Vader,

vernam de stem van ’t leed die van de aarde schreit.

Heer Jezus, maak uw kerk tot hoorder en tot dader,

opdat de wereld weet van uw barmhartigheid.




Lied van de maand oktober 2015: LIED 712   Het jaar neigt zich tot stille groet

Dit is een eenvoudig lied van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995), bestemd voor de herfsttijd. Het is klankrijke poëzie: ‘Het jaar neigt zich tot stille groet, / het rijpte een zomer lang tot zin, / nu in de herfst houdt het zich in...’ (str.1).

De volgende strofen vertellen dat onze dankbaarheid verantwoordelijkheid betekent in diaconale zin: ‘Wij doen of het het onze is / wat God ons geeft. Of aan ’t gemis / der naasten wij niet schuldig zijn.’ (str.2).

De derde en vierde strofe benoemen de tegenstelling tussen de honger die de wereld rondgaat en wij die God voor overvloed danken: ‘... dat de hand toch doet / wat wordt beleden met de mond, / en niet meer neemt, maar voluit geeft / aan alle mensen in de nood…’, zoals God zichzelf heeft gegeven in brood dat wordt gedeeld, brood dat leeft.


Het lied kan gezongen worden bij de dankdag voor het gewas of de zondag waarop de oogstdienst wordt gevierd. In een vorige bundel was bij dit lied een melodie van Willem Vogel opgenomen. De redactie van het nieuwe liedboek koos echter voor een melodie uit de Engelse traditie, gemaakt door William Crowfoot (1724-1783).

De melodie is er typisch een van Engelse komaf: zeer melodieus, zonder grote moeilijkheden.

Aan het slot van iedere regel staat geen rust genoteerd, dat betekent dat er moet worden doorgezongen.

De laatste regels zijn wellicht de lastigste: de accenten in de tekst en melodie zijn daar verschoven.


Het jaar neigt zich tot stille groet,

heb rijpte een zomer lang tot zin,

nu in de herfst houdt het zich in

en spreekt uit volheid: God is goed.


Maar wij, de mensen, zijn te klein.

Wij doen of het het onze is

wat God ons geeft. Of aan 't gemis

der naasten wij niet schuldig zijn.


De honger gaat de wereld rond,

wij danken God voor overvloed.

O geef, Heer, dat de hand toch doet

wat wordt beleden met de mond,


en niet meer neemt, maar voluit geeft

aan alle mensen in de nood,

zoals Gijzelf u in de dood

hebt uitgedeeld, o brood dat leeft.



Een geluidsfragment is HIER te beluisteren.

Een geluidsfragment is HIER te beluisteren.

Lied van de Maand  november 2015: NLB 454 ”De mensen die gaan in het duister”


Over de tekst

In de tweede bundel “Alles wordt nieuw” van Hanna Lam en Wim ter Burg was dit lied al opgenomen. Het lied is gedicht naar aanleiding van Jesaja 9:1-6 en in ons liedboek opgenomen in de categorie ‘Adventstijd’. Wanneer je naar het register kijkt, dan zie je dat heel wat advent en kerstliederen op deze profetische tekst is gebaseerd. Misschien het bekendste voorbeeld is het lied; ‘Er is uit werelds duistere wolken…’

Ons lied is, getuige de eerste bundel waarin het verscheen, een kinderlied; toch is er geen concessie gedaan aan de heftige tekst van de profeet. Ook het duister waarin het licht van Kerst gaat schijnen is benoemd. Zo kent het lied een zelfde contrast als de profetie en het evangelie. In de periode van verwachten en vieren, Advent en Kerst, zullen we dit lied geregeld zingen. 


Over de melodie

De melodieën uit de bundel ‘Alles wordt nieuw’ staan bekend als eenvoudig. Zo is dat ook bij deze melodie; deze vergt weinig oefening.
Karakteristiek voor de melodie is de dalende tendens van de eerste twee regels. Deze accentueren de woorden, ‘duister’ en ‘dood’, in het eerste couplet.

De regels 3 en 4 gaan juist meer de hoogte in en onderstrepen vooral het stralen van het licht (regel 3) en het hemelse morgenrood.  
Op deze manier wordt de tekst ‘gedragen’ door de melodie.

Het enige aandachtspunt bij het zingen is de tekstplaatsing. Soms moet er namelijk een extra lettergreep op een noot gezongen worden (zie couplet  4) en soms ook een lettergreep minder (zie couplet 3 en 5). De streepjes onder de tekst geven dit aan.



Het jaar neigt zich tot stille groet,

heb rijpte een zomer lang tot zin,

nu in de herfst houdt het zich in

en spreekt uit volheid: God is goed.


Maar wij, de mensen, zijn te klein.

Wij doen of het het onze is

wat God ons geeft. Of aan 't gemis

der naasten wijniet schuldig zijn.


De honger gaat de wereld rond,

wij danken God voor overvloed.

O geef, Heer, dat de hand toch doet

wat wordt beleden met de mond,


en niet meer neemt, maar voluit geeft

aan alle mensen in de nood,

zoals Gijzelf u in de dood

hebt uitgedeeld, o brood dat leeft.



Lied van de maand 2015

Favoriet van.. Afspeellijsten Lied van de maand archief 2016 archief 2017